Home / Artikelen / Omgaan met tegenslag / Sigthórsson over ‘droog’ staan en het vechten voor een basisplek: 'Als de trainer voor iemand anders kiest, moet ik laten zien dat ik klaar ben om er te staan als ik nodig ben. Kansen komen er altijd'
Sigthórsson over ‘droog’ staan en het vechten voor een basisplek: 'Als de trainer voor iemand anders kiest, moet ik laten zien dat ik klaar ben om er te staan als ik nodig ben. Kansen komen er altijd'
21 januari 2014

Met twee treffers voltrok Kolbeinn Sigthórsson (23) vijf maanden geleden het vonnis over Feyenoord in de competitiekraker in de Arena (2-1). Sinds die Klassieker scoorde de IJslandse Ajacied niet veel meer, raakte hij geblesseerd en vervolgens uit beeld. Door de kwetsuur van Siem de Jong is hij nu tóch weer (even) de nummer één.

 

AD Sportwereld

 

 

Centrumspitsen en Ajax, het blijkt de jongste jaren geen gelukkige combi. Na Klaas-Jan Huntelaar, de laatste succesvolle centrumspits in Amsterdam, was het stuivertje wisselen door Luis Suárez, Mounir El Hamdaoui, Kolbeinn Sigthórsson en Siem de Jong. 'Ik denk dat het voor een centrumspits lastiger is om bij Ajax te spelen dan elders', zegt Sigthórsson. 'Er wordt toch meer van je verlangd. Druk zetten, positie kiezen, je laten zakken. Je moet veel nadenken over het spel. Het is meer dan even een voorzetje vanaf de zijkant intikken.'

Sigthórsson weet waarover hij praat. Sinds zijn entree in de zomer van 2011 worstelde de aanvaller met de stap omhoog, het niveau en de speelwijze. Zijn ontwikkeling was er een van vallen en opstaan. Nu is hij weer even nummer één, een status die hij was kwijtgeraakt.

Op grotere partijspelen tijdens de trainingsweek in Turkije  stond Siem de Jong in de spits en droeg de IJslander het hesje van de tweede garnituur. Tegen Galatasary en Trabzonspor, de twee oefenwedstrijden voor de Antalya Cup, was de hiërarchie bepaald: De Jong startte in de punt van de aanval.

Frank de Boer was kritisch over de IJslander die nog niet dé spits van Ajax was 'maar het wel kan worden'. De Ajax-trainer zette zijn woorden kracht bij door hem tegen Galatasary aan de zijkant te laten invallen en tegen Trabzonspor negentig minuten aan de kant te houden. Nu leek zelfs Danny Hoesen hem in de pikorde voorbij te zijn. 'Als de trainer voor iemand anders kiest, moet ik laten zien dat ik klaar ben om er te staan als ik nodig ben. Kansen komen er altijd', stelde Sigthórsson. Hij werd wat dat betreft sneller op zijn wenken bediend dan verwacht.

Een dag voor de topper tegen PSV belandde Siem de Jong in de lappenmand met een spierblessure aan het bovenbeen. De Boer sliep een dagje over de vervanging en koos toen 'op gevoel' voor de IJslander. Die betaalde het vertrouwen uit met de winnende treffer. 'Dat voelde als een opluchting, omdat ik al een tijdje droog stond. Als spits ben je altijd op zoek naar goals. Het is een goed begin van 2014.'

Zijn laatste doelpunt was van oktober 2013, de niet onbelangrijke gelijkmaker tegen FC Twente (1-1). Een paar dagen later raakte Sigthórsson geblesseerd aan de enkel in de interland tegen Kroatië. 'Een slechter moment kon niet', beseft de IJslander, die het WK-ticket naar de Kroaten zag gaan.

Zelf was hij terug in de ziekenboeg die hij de voorgaande jaren al te veel had gezien. Sinds zijn komst in de zomer van 2011 was hij telkens een half jaar uit de roulatie, eerst door een vermoeidheidsbreukje (2011-'12) en vorig seizoen door een schouderblessure. 'Ik maak me geen zorgen om mijn lichaam. De blessures hadden niets met elkaar te maken. Als ik terugkijk op die tweeënhalf jaar is het teleurstellend hoeveel wedstrijden ik heb gemist. Dat is slecht voor mijn ontwikkeling.'

Kort voor de winterstop was de aanvalsleider weer fit, maar moest hij genoegen nemen met een bijrol. Het team was gaan draaien, zonder hem in de spits. Sigthórsson lag onder vuur. 'Kritiek hoort erbij, zeker als je zo lang droog staat. Dat begrijp ik wel. Maar ik heb altijd gescoord. Dat ben ik heus niet verleerd.'

De winnende goal tegen PSV, die hem bij zijn wissel een staande ovatie opleverde, moet een begin zijn. 'De komende maanden worden belangrijk', weet de speler die in Amsterdam een contract heeft tot 2015. 'Nu moet ik laten zien dat ik de nummer één ben. Ik wil veel gaan spelen, scoren en belangrijk zijn. Ik heb wel het gevoel dat ik me extra moet bewijzen, maar ik ben zeker niet klaar bij Ajax. Nee, ik sta niet open voor een tussentijdse aanbieding. Ik wil hier slagen. En ik ben nog jong, hè. Zo snel geef ik niet op. Ik kan nog steeds dé spits van Ajax worden.'

facebook twitter