Home / Artikelen / Emoties / Jordi Hoogstrate: ‘Ik hield krampachtig vast aan het voetballer-zijn, terwijl dat er al lang niet meer in zat’
Jordi Hoogstrate: ‘Ik hield krampachtig vast aan het voetballer-zijn, terwijl dat er al lang niet meer in zat’
14 februari 2012

Jordi Hoogstrate (28) was voorbestemd om de absolute top te halen. Jarenlang vocht hij tegen torenhoge verwachtingen, fysieke tegenslag en geestelijke nood: vier kruisbandblessures, vier opnames in psychiatrische klinieken en een psychose. “Het is heftig”, zegt hij in het interview in NUsport. “Emotioneel ga ik er nu doorheen.” Emoties van de man die nog geen tien jaar geleden voor een miljoenenbedrag door PSV bij FC Groningen werd weggekocht. Hij ging een glansrijke carrière tegemoet. Het liep anders.

 

Vijfenhalf jaar geleden voetbalde hij, 23 jaar oud, als speler van FC Emmen, zijn laatste officiële wedstrijd in het betaalde voetbal. Tot vorig jaar zomer was hij twee seizoenen lang vrijwel dagelijks als jeugdtrainer van FC Groningen in de week. Met veel plezier. Toch nam hij ruim een half jaar geleden afscheid. “Ik zei dat ik een wereldreis ging maken”., legt hij uit. “Dat heb ik ook gedaan. In mijn hoofd. Ik bleef steeds denken aan een rentree als speler. Om definitief afscheid te kunnen nemen als voetballer, moest ik eerst afscheid nemen van de voetballerij.”

 

Het afscheid van Hoogstrate is een aangekondigd afscheid. Twaalf jaar is hij en resoluut. ‘Ik stop met voetbal’, zegt het kind. Hij is samen met Arjen Robben de ster van de jeugdopleiding van FC Groningen. Hoogstrate glorieert op het veld, maar worstelt daarbuiten. Hij voelt zich geen voetballer. Niet alleen voetballer. Iedereen die het talent aanspreekt, vraagt hoe het gaat. Niet met hem, maar met voetballen. Hij wil geen antwoord geven. “Ik wilde uitbreken, kookte van woede”, zegt hij nu. “Maar ik stond iedereen beleefd te woord. Zo bouwde ik spanning op.”

 

De signalen van Hoogstrate worden niet opgepikt. Hij is slachtoffer van zijn eigen succes. Ouders, trainers, vrienden; iedereen ziet zijn mogelijkheden en stimuleert de voetballer. Hoogstrate: “Dat is met mijn vriendjes wilde voetballen was als argument niet voldoende. Ik mocht niet zomaar opgeven”.

 

Hoogstrate doet wat er van hem wordt verwacht. Hij debuteert als zeventienharige in de eredivisie voor FC Groningen – en komt tegelijkertijd voor het eerst in de geestelijke gezondheidszorg terecht. Hij verdient op zijn achttiende een miljoenentransfer naar PSV – en belandt in een identiteitscrisis. Hij verhuist, net twintig jaar, toch naar Eindhoven en wordt opgenomen in een psychiatrische kliniek. Hij keert aan het einde van zijn debuutseizoen terug in het eerste elftal van PSV – en krijgt tijdens de zomerstop bij zijn ouders thuis een psychose. Hij wordt opgenomen in een psychiatrische kliniek en mag nadien bij FC Emmen op krachten komen. Hij wordt door PSV een seizoen verhuurd aan de eerstedivisionist en scheurt een kruisband af. Op 15 september 3006 speelt Hoogstrate zijn laatste wedstrijd in het betaalde voetbal. Hij is 23 jaar oud en gaat na een kwartier met een nieuwe knieblessure per brancard van het veld. Hij vecht opnieuw terug, tekent in het voorjaar 2008 een eenjarig contract bij FC Groningen. Een ultieme poging om een oude belofte in te lossen. Twee nieuwe kruisbandblessures zijn zijn deel. “Die heb ik aan mezelf te danken,” zegt hij. “Ik hield krampachtig vast aan het voetballer-zijn, terwijl dat er al lang niet meer in zat.”

 

Wat volgt zijn twee seizoenen als jeugdtrainer bij ‘het veilige’ Groningen om – als lijf en geest het plots toch toestaan- de wereld te laten zien dat de voetballer Hoogstrate nog bestaat. “Ik was trainer, maar liep op de club rond als voetballer. Mijn beste jaren moesten nog komen. Daar kwam bij dat ik dacht dat ik voetballer was. Sinds mijn vijfde was ik Jordi Hoogstrate, de voetballer. Voor de buitenwereld, en daardoor ook voor mezelf.”

 

Vorig jaar zomer is er na een lang en pijnlijk proces het besef dat het echt over is met de voetballer. Tijdens een psychomotorische therapie draait hij de knop om. “Ik wilde het verleden vasthouden. Alles wat er mis was gegaan, goedmaken. Ik heb jarenlang de illusie gehad dat dit kon. Ik moest het verleden accepteren.”

 

De beslissing om met FC Groningen het voetbal helemaal achter zich te laten, blijkt juist. “Ik voel me geen voetballer meer, Ik kan op televisie naar Arjen Robben kijken en denken: zo had het mij ook kunnen vergaan. Zonder dat het me enorm raakt. Het zelfmedelijden is weg. Er is geen wens meer. Dat voelt fijn. Ik ben niet zozeer verlost van het voetbal, maar van alle negatieve emoties eromheen. Ik heb alles op een hoop gegooid. De blessures, de opnames, de psychose.” Rigoreuze dingen zijn ingezet om hem duidelijk te maken dat hij geen voetballer is. “Ik geloof dat ik dit mee heb moeten maken om te worden wie ik nu ben. “

 

Accepteren dat het als voormalig supertalent definitief over is als voetballer, is één. Hoogstrate leert écht voelen. Muziek helpt daarbij, praten ook. Het laatste gaat hem vrij aardig af. Aardiger zelfs dan veel van zijn leeftijdgenoten. Hoogstrate geniet nu het juk van een gedoemde profcarrière is afgeworpen, maar loopt geregeld tegen muren aan. “Vertellen wat je voelt , het gebeurt weinig om me heen. Ik besef dat ik bevoorrecht ben, dat ik het wel kan. “

 

De sensitiviteit is er altijd geweest, weet hij. Alleen, hij kon er geen kant mee op. Hij zat verstrikt in zijn hoofd, in een web van verwachtingen over een glansrijke voetbalcarrière. “Als kind zag ik sneeuw dwarrelen en dacht: wat mooi. Zulke ervaringen heb ik nooit kunnen delen. Nu wel. Daarom ben ik dankbaar voor wat ik heb meegemaakt. Ik ben gevormd door wat er op mijn pad is gekomen. Ik ben blij met mezelf. Ruilen met iemand anders hoeft niet.”

 

Hoogstrate vertelt over de afgelopen maanden. De maanden na de acceptatie van een voortijdig beëindigde loopbaan. De maanden van bevrijding. De tijd waarin hij het uitgaansleven van Groningen ontdekte. Hij legt contacten, maakt nieuwe vrienden. Vrouwen komen ter sprake. Het is er eigenlijk nooit van gekomen. “Ik was een periode ziek, Dat is geen basis voor een relatie. Ik zat met opgekropte verlangens, kon er niets mee.”

 

Bij het uitblijven van een vriendinkomen eerst de grappen, dan de vragen en tot slot het stigma. Hoogstrate moest wel op mannen vallen. “Mensen in mijn omgeving zeggen soms dat ik homo ben. Vragen ook: is dat waarmee je hebt geworsteld? Maar ik ben er volgens mij wel uit dat ik niet op mannen val. Doordat ik redelijk gevoelig ben, wordt het al snel gezegd. Maar volgens mij hebben homoseksualiteit en gevoeligheid niets met elkaar te maken. Ik zeg altijd: ik val niet altijd op een man of vrouw, maar op een persoon. Daarmee suggereer ik misschien dat er iets van homoseksualiteit in me zit. Maar dat is helemaal niet zo. Ik val gewoon op vrouwen. Misschien verandert dat. Althans, dat zeg ik nu wel. Eigenlijk weet ik dat helemaal niet. “

 

Hoogstrate wordt komende zomer negenentwintig en zit midden in een verlate puberteit. “Ik ben me aan het onthechten. Dat is heftig. Voor mij, voor mij ouders.’ De afgelopen jaren zagen vader en moeder Hoogstrate hun zoon gebukt door het leven gaan, Ze maakten zich zorgen, zaten in de klinieken bij hem aan bed. Doordringen tot de ‘voetballer op een zijspoor’ lukte niet. Hij zweeg en als hij al even praatte, kwam er naar eigen zeggen geen zinnig woord uit. “Het was een donkere periode. Ik had aan niemand steun. Voelde alleen de pijn. Achteraf gezien was de steun er wel. Alleen, ik kon het niet aanpakken. Pas nu ervaar ik hoe heftig de dingen zijn die ik heb meegemaakt. Hoe verdrietig het is dat ik niet kon praten met mijn ouders. “

 

“Sommige dingen moet ik emotioneel nog plaatsen. Ik kan nu huilen, maar doe dat niet met al die mensen om me heen. De tranen komen straks thuis. Het is de pijn van toen. Het zegt niets over wie ik nu ben, hoe ik me nu voel. Huilen is prettig. Het is prettig om te voelen. Jarenlang ben ik daarvoor weggelopen. Nu niet meer. Ik voel heel veel. Verdriet om het verleden mag. Moet zelfs. Ik moet door de pijn heen. “

 

Het losmaken van zijn ouders gaat met vallen en opstaan. Vader en moeder Hoogstrate zien hun zoon nog worstelen. “Dat doet ze aan vroeger denken. Ik wil dat niet. Als ik nu met mezelf in gevecht ben, is dat omdat ik in mijn leven een nieuwe weg ben ingeslagen. Hun verwachtingen moeten worden bijgesteld. “

 

Bij het bepalen van de koers staat Hoogstrate sinds kort zelf aan het roer. Hij geeft toe dat zijn ouders loslaten moeite kost. Ze praten tegenwoordig. Over de opvoeding. Over wat anders had gekund. “Er is wederzijds begrip”. Over geluk, over de toekomst. “Mijn moeder zei laatst:  ‘Jij hebt eigenlijk nooit eerder geluk gekend.”

 

Afgelopen zomer liet hij het voetbal achter zich om tot zichzelf te komen. Komende zomer begint er een nieuw seizoen. Hoogstrate is er klaar voor. Vrij van druk, vrij van verwachtingspatronen. “Ik ben zoekende in wat ik exact wil, maar weet wel dat ik in de voetballerij wil werken. Misschien klinkt dit gek, omdat er zoveel pijnlijke herinneringen aan kleven. Mar, ik geniet eindelijk van de sport. Ik hoef me niet meer te bewijzen als voetballer. Dat geeft rust. “

 

“Het is spannend om te ervaren dat ik gelukkig kan zijn. Durf ik gelukkig te zijn? Dat is een keuze. Ik moet het toelaten. Doordat ik weet dat ook anders kan zijn, ervaar ik het intenser. Ik moet vertrouwen op mijn gevoel. Als ik iets heb geleerd, is dat het wel. Mijn intuïtie laat me niet in de steek.”

 

 Lees ook: Jordi Hoogstrate: 'Ik deed niets anders dan piekeren, ik blokkeerde'.

facebook twitter