Drie jaar geleden werd Bill Beswick door landgenoot Steve McClaren geïntroduceerd in Enschede. Het was een stroef begin. 'Beswick, is dat niet de man van de thee?', vroeg oud-speler (nu Ajacied) Theo Janssen ooit. Inmiddels zijn de spelers van FC Twente gewend aan hem geraakt.
Verslaggever Peter Wekking tekende in Voetbal International het verhaal op van de man die ooit de nationale basketballploeg van Engeland aan een gouden medaille hielp.

Aanvankelijk kwam hij op afroep, als de nood hoog was. Sinds dit seizoen staat Beswick officieel onder contract in Enschede en meldt hij zich elke zes weken. Ook nu is bezig aan zo’n driedaagse. De werkzaamheden zijn divers. ‘Als het team er goed voor staat, voer ik vooral individuele gesprekken’, schetst Beswick. ‘Dan praat ik met jonge jongens of speelsters uit het vrouwenelftal. Als er meer druk op zit, als het team bijvoorbeeld vijf wedstrijden voor het einde van de competitie nog meedoet om de titel, hou ik een teamsessie. In alles wat ik doe is de hoofdcoach leidend. Dit interview komt alleen tot stand doordat ik Co Adriaanse eerst om toestemming heb gevraagd. It’s always the coach. FC Twente heeft me uitgenodigd, maar Adriaanse staat toe dat ik hier ben en mijn werk doe. Het is zijn team, hij moet voelen dat hij controle heeft over de invloedsferen daaromheen’.
Aanvankelijk werd Beswick ook in Enschede gezien als een groen marsmannetje dat per ongeluk uit een UFO was getuimeld. Hij werd geconfronteerd met wegwerpgebaren en schampere opmerkingen. ‘Beswick, is dat niet de man van de thee?', vroeg oud-speler (nu Ajacied) Theo Janssen. ‘Dat is het natuurlijke afweermechanisme van de voetballerij als iemand van buiten de specifieke cultuur binnendringt,’ weet 'Beswick, is dat niet de man van de thee?', vroeg oud-speler (nu Ajacied) Theo Janssen. ‘Help, daar is de dokter met de witte jas! Dat is het misverstand: ik ben geen dokter, ik ben een coach. Bij een voetbalclub moet je eerst een oorlog winnen om een connectie met spelers te krijgen. Als de spelers eenmaal de kracht van een sterke geest voelen, een positieve houding krijgen en mentaal sterk zijn in moeilijke situaties, dan zijn ze overtuigd van mijn inbreng. En op een gegeven moment worden ze hun eigen psycholoog. Dát is wat ik ze leer en dat is het beste’.
‘De spelers van FC Twente zijn nu aan mij gewend geraakt. Ze zien zichzelf niet langer als slachtoffer, maar als medestander. Het gekke is: de meesten melden zich nu als vrijwilliger: They are okay. Ik hou ervan hier te werken. Nederlanders benaderen het voetbal op een intellectuele manier. Ze zijn open minded, bereid tot vernieuwing. En ze stellen vragen, zijn altijd op zoek naar het waarom. Ze nemen niet zomaar iets aan en dagen me daarmee uit. Ze dwingen me op te staan, to be a man.’
Hij beschouwt zichzelf als een instrument in de voortdurende zoektocht naar die paar procent die het verschil kunnen maken. ‘Ik zeg weleens: een concentratievermogen van 99 procent staat gelijk aan honderd procent falen. Mijn boodschappen zijn gebaseerd op wat trainers willen. Hard en grensverleggend werken, focus, mentale kracht, bereidheid elke dag te oefenen, te winnen, te herstellen na een nederlaag. De ontwikkeling van het voetbal heeft de laatste jaren een enorme vlucht genomen. Fysiek en technisch zijn de meeste teams gelijkwaardig en nadert de grens van het menselijke kunnen. Tactisch zijn coaches steeds slimmer geworden. Maar in de mentale weerbaarheid van spelers valt nog veel winst te behalen. Dat probeer ik te leveren: die drie of vier procent die de prestatie verbeteren.’
‘Een mental coach is een coach in zelfvertrouwen. Er is bij topsporters een constante strijd gaande tussen vertrouwen en angst. Mijn taak is de signalen zeer vroeg op te pikken. Een trainerswissel kan een team angstig maken. Een nieuwe, sterke persoonlijkheid in de kleedkamer of een paar slechte resultaten op rij ook. Ik onderstreep bij spelers altijd waarom ik denk dat ze een groot team vormen. Waarom ze in mijn ogen sterk zijn. Dat klinkt heel vanzelfsprekend. Maar dit zijn jonge mensen , met allerlei gecompliceerde zaken die volop spelen in hun nog onervaren leven. Dus vraagt de mentale begeleiding veel herhaling, herhaling en herhaling.’
‘Waarschijnlijk was ik als coach al een psycholoog. Goede coaches zijn goede psychologen. Ze weten hoe ze een team op hang moeten krijgen en houden, hoe ze sporters intrinsiek moeten motiveren. Coachen is het beïnvloeden van mensen. Om te excelleren in stress-situaties, om onder grote druk gedisciplineerd te blijven denken en handelen. Veel coaches benaderen de sport alleen vanuit technisch, tactisch en fysiek oogpunt, Zij helpen hun spelers en hun team niet met de mentale worsteling om een heel seizoen te presteren, met het herstel na een nederlaag, met het verwerken van een zware blessure bij de sterspeler van wie iedereen zich afhankelijk voelt.’
‘Het verloop van een seizoen wordt bepaald door heel veel factoren. De meeste daarvan zijn mentale en emotionele issues. Bij Middlesbrough maakten we in 2002 mee dat een van onze spelers zijn twee jaar oude zoontje verloor in een tragisch ongeluk. We hadden net Manchester United verslagen in het FA Cup-toernooi , er was alom euforie. En toen kwam dat ongeluk. Dat moet je je eens voorstellen. Enerzijds wil je een normaal mens zijn dat rouwt met vriend en collega. Anderzijds wordt van je verwacht dat je een professional bent die prestaties levert en beantwoordt aan de uitgesproken ambities van het team. Want vier dagen later stond alweer de uitwedstrijd tegen Sunderland op het programma. In die situatie waren de mensen blij dat ik er was. Dealen met iets wat op een verschrikkelijke manier buiten de dagelijkse routine lag. Dat kan elk team overkomen, op elk niveau. ‘

Winnen na winnen
‘Het moeilijkste in sportpsychologie en coaching is winnen na winnen na winnen. Zie het als je eerste beklimming van de Mount Everest. De klim is opwindend, maar tegelijk is er angst voor wat er komen gaat. Uiteindelijk kom je boven, blijk, maar ook uitgeput. Goed gedaan, jongens, zegt de trainer. Geniet even van het uitzicht en draai dan om, want ik wil dat je deze klim volgende week opnieuw maakt. Pff, dat is een boodschap, hoor. Daarom heb ik zo’n bewondering voor teams als Barcelona of Manchester United die jarenlang aan de top blijven. Zij hebben het moeilijkste in sport tot iets eigens, iets vanzelfsprekends gemaakt. In dat proces zit FC Twente nu. Dat leert te leven en te handelen met de consequenties van het kampioen zijn. ‘
Welke zijn dat?
‘Vanaf het moment dat je kampioen bent geworden, loop je met een baksteen op je rug. De verwachtingen van de media en de fans zijn omhoog gegaan. Het niveau waarop je wordt geacht te presteren gaat dus óók omhoog. Je mag minder, je moet meer. En dan heb je nog de andere teams die je van je sokkel willen slaan. Dat is de uitdaging van het spelen tegen de kampioen en daarom wint FC Basel in de Champions League van Manchester United. Mount Everest. Opwindend. Tien procent meer. Ik speelde in het team dat Manchester United versloeg! Ook dat is psychologie in de sport. Het shirt van een topteam weegt extra zwaar, je moet mentaal zo veel sterker zijn om je te wapenen tegen alle factoren die van invloed zijn op je prestatie.’
‘De mentale compositie van een team verandert voortdurend. Er komen nieuwe spelers, jonge voetballers ontwikkelen zich, ouderen raken op leeftijd. Een reden kan ook zijn dat er in drie jaar tijd drie nieuwe trainers zijn gekomen, zoals hier. Spelers moeten zich aanpassen aan een andere stijl en werkwijze, dat kan angst verhogen en zelfvertrouwen verlagen. Alleen: wat spelers mij in een een-op-een-gesprek vertellen, blijft vertrouwelijk. Als vijf of zes jongens een bepaald aspect benadrukken dat ze vervelend vinden of wat hen irriteert dan vind ik een weg om die boodschap door te geven aan de hoofdcoach.’
Waarmee begint uw analyse als u bij een club begint?
‘Ik kijk allereerst naar de persoonlijkheidsstructuur van een elftal. Wie zijn de leiders? Wie worden de beste spelers op het veld bij een 0-1 achterstand? Dat zijn de belangrijke momenten. Elk topteam is gebouwd op een paar sleutelspelers die het proces bewaken. De uitschakeling van Manchester United in Basel heb ik herleid tot de periode dat ik daar werkzaam was. Dat was het tijdperk van David Beckham, Ryab Giggs, Roy Keane, Paul Scholes en Phil en Gary Neville. Zij stuurden de club, dreven haar voorwaarts en beïnvloedden andere spelers. Als jij Manchester United-speler wilde worden, moest je je conformeren aan hun cultuur: hard en zeer uitdagend werken. Een cultuur van wij zijn de besten en moeten altijd de besten blijven. Als je dat hebt, gaat er een enorme kracht van uit. Maar als je eenmaal verliest, is dat heel moeilijk te vervangen. Dat hou ik trainers ook altijd voor: rotzooi niet met je kern, blijf je sleutelspelers op waarde schatten.

Uw werk is abstract. Hoe meet u het resultaat?
‘Ik ben oud genoeg om te weten of ik ergens het verschil heb gemaakt of niet, Ten tweede: ik word terug gevraagd. Trainers die me toestaan opnieuw met hun team te werken, doen dat omdat ze weten dat ik onderdeel kan zijn van de oplossing. Minder abstract is het voorbeeld van de profvoetballer van negentien jaar met wie ik ooit werkte. Die jongen had nog drie weken voor de boeg voordat de club hem zou ontslaan. Als een soort laatste redmiddel mocht ik met hem werken. Het is fair te constateren dat ik hem in drie weken hielp de ommekeer te bewerkstellingen, want daarna had hij een zeer succesvolle carrière. Speelde vijftien jaar in de Premier League, bij drie grote clubs en is nu multi-multi-miljonair. Maar op zijn negentiende was hij wild en out of control.’
Een carrière kan worden gered in drie weken?
‘Jonge spelers hebben zoveel mogelijk positieve impulsen nodig. Ik kan dat doen, maar bijvoorbeeld ook een assistent-trainers. Als er maar sprake is van een connectie met de spelers. Je moet een voetbalclub zien als een sociale setting, waarin tientallen mensen in hetzelfde shirt lopen. Toch zijn velen erg eenzaam in die kleedkamer. En dan kan iemand als ik van nut zijn om een kwestie mee te delen, Ik heb hier bijvoorbeeld een connectie met een vrije denker, een onafhankelijke geest, zeg maar. Wij houden beide van lezen en wisselen boektitels en ideeën uit. Ook dat kan een connectie zijn. Soms komen spelers langs om een praatje te maken over de wedstrijd van het afgelopen weekeinde. Dan vertellen ze dat ze een fout hebben gemaakt. Maar zich daarna herstelden. Good man, vertel me wat je op dat moment dacht en wat je daarna deed? Spelers hebben daar behoefte aan. ‘
Staat de voetballerij al meer open voor mensen zoals u?
‘Voetbal is van naturel een conservatieve sport, maar is wel bereid zich te ontwikkelen. Voor trainers is het momenteel aanpassen of sterven. De oude coach had alleen van doen met de assistent, die vaak ook nog eens zijn vriend was. De moderne trainer zit aan het hoofd van een tafel waar verder allemaal specialisten aan schuiven. Al die professionals werken de hele week op hun terrein richting de prestatie van het weekend. De coach moet die totale teamomgeving zien te managen. Zijn uitdaging is alle input van die specialisten te filteren en te vertalen naar een hapklare boodschap voor de spelers. Profvoetbal is een multidimensionale wereld geworden, zeker bij topclubs kan een coach al snel overvraagd worden. Daarom gaat leiderschap in de toekomst veranderen. Mijns inziens krijg je bij een team niet een, maar twee of drie leiders. Dat wordt een heel interessant proces.