Home / Artikelen / Overig / Mentale techniek: Doelen stellen
Mentale techniek: Doelen stellen
15 november 2011

Als je in het leven iets wil bereiken zijn duidelijke doelen onontbeerlijk. In de sport geldt dat evenzo. Een voetballer die geen doel heeft, zal in de wedstrijd niet zijn uiterste best doen. Of, omdat zijn doel niet duidelijk is, zijn taak niet helemaal goed uitvoeren. Voor trainers en coaches is het dus belangrijk hun spelers duidelijke doelen mee te geven.

 

 

Daarbij valt verschil te maken tussen het teamdoel en de individuele doelen van de afzonderlijke spelers. Wat is een belangrijk doel van een aanvaller? Jawel, scoren. Voor een verdediger daarentegen is scoren geen of veel minder een doel. Een keeper heeft weer andere doelen. En naast doelen die samenhangen met de positie van een speler in het veld, kunnen de spelers van een team ook heel verschillende persoonlijke doelen hebben, zoals Frank de Boer in dit interview aangeeft.

 

Waarom doelen stellen

Om kort het effect van doelen stellen te introduceren, even een experiment:

Houd je handen omhoog, zo hoog mogelijk in de lucht, zonder op te staan uit de stoel. Houd dit 5 seconden vol, twee armen hoog in de lucht. Probeer na 5 seconden je handen nog één moment net iets hoger te doen en laat daarna je handen zakken. Dit is doelen stellen in een notendop.

De meeste mensen die dit doen, komen aan het eind van de 5 seconden nog net iets hoger dan in de rest van het experiment. Terwijl de opdracht de hele tijd was om je handen zo hoog mogelijk te houden. Je kon dus je handen nog hoger doen, alleen maar door als doel te stellen om je handen nog hoger te houden! Goed gestelde doelen kunnen dus prestaties bevorderen.

  

 

Doelen stellen volgens de SMART methode

Een bekende manier van doelen stellen is de SMART methode. Deze geeft richtlijnen over hoe een goed gesteld doel er uit ziet. Volgens de SMART methode moeten doelen Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdsgebonden zijn. Door een doelstelling SMART te formuleren is de kans groter dat er in de praktijk iets van terecht komt.

  

Specifiek

Wanneer zul je als voetballer meer je best doen? Bij de opdracht, ‘ga maar vijf minuten lang sprinten’, of bij de opdracht ‘maak 15 sprints op 100%, met steeds 10 seconden rust tussen de sprints’. Bij de eerste opdracht is het niet helemaal duidelijk wat er van je verwacht wordt. Vijf minuten sprinten achter elkaar kan immers niet, hoeveel rust krijg je dan? Is sprinten op 90% ook goed genoeg? Een opdracht moet specifiek gesteld zijn zodat een sporter precies weet wat hij moet doen. Zo moet een aanvaller specifieke aanvalsdoelen krijgen, en een verdediger specifieke verdedigingsdoelen.

 

Meetbaar

Doe goed je best bij de wedstrijd! Klinkt als een goede instructie, maar na de wedstrijd, wie weet er dan of hij aan de opdracht heeft voldaan? Is dat de luie spits die een keer gescoord heeft, maar wel 85 minuten ballen heeft staan afwachten, of is dat de spits die helaas niet gescoord heeft, maar ballen heeft veroverd en de cruciale voorzet heeft gegeven? Om je doelen te kunnen evalueren moet je ze meetbaar stellen. Een spits kan dan als doel hebben om een x aantal schoten op doel te maken en een middenvelder zoveel geslaagde passes. Zo kun je de doelen evalueren en kan de speler ook motivatie putten uit het feit dat hij zijn doelen haalt (of net niet haalt).

 

Acceptabel

Er moet voldoende draagvlak zijn om je doelen uit te voeren. Als slechts de helft van een team het teamdoel accepteert, is er grote kans dat het niet behaald zal worden. Een manier om doelen gedragen te maken, is om deze als trainer/coach doelen niet op te leggen bij je spelers, maar om die doelen samen te ontwikkelen.

 

Realistisch

De doelen moeten natuurlijk ook realistisch zijn. Als de nieuwe coach van Willem II bijvoorbeeld aangeeft dat zijn doel is volgend seizoen de landstitel te winnen, zal niemand hem serieus nemen. En zijn spelers zullen dan niet vol voor dit doel gaan. En al zou hij de spelers wel zo ver krijgen om in zijn doel te geloven, dan is er er nog niet. Want doelen die niet worden behaald, werken demotiverend. Wordt je slechts zevende terwijl je eerste wilde worden, dan is dat geen bron van motivatie om nog hard door te werken. Een te makkelijk doel is ook niet interessant, omdat het mensen niet uitdaagt en geen bevrediging oplevert. Het beste is doelen te stellen die net boven het niveau van de persoon of de organisatie liggen en die ongeveer 50% kans van slagen hebben. Als mensen het gevoel hebben dat ze iets extra’s moeten doen om het doel te realiseren dan voelen ze zich trots en dat geeft energie voor nieuwe doelen. Een SMART-doel moet gezien worden als een project, niet als een taak. Durf een uitdaging aan te gaan!

 

Tijdsgebonden

Om wel die motivatie te krijgen, moeten doelen ook tijdsgebonden zijn. Je kan als trainingsdoel hebben om met een oefening 10 keer tot een goed schot te komen. Leuk, maar als je de tijd hebt om de oefening 100 keer te doen, dan zijn die 10 schoten niet zo goed meer. Echter als je stelt ‘het doel is om binnen 5 minuten in de oefening tot 10 schoten te komen, dan heb je ook een controleerbaar resultaat.’ Omdat je dan na die tijdsperiode een label op kan plakken met ‘doel gehaald’ of ‘doel niet gehaald’ dan kan het gebruikt worden om motivatie uit te putten. Een SMART-doelstelling heeft een duidelijke startdatum en einddatum.

  

Taakgerichte doelen

Nu weet je hoe je doelen moet stellen. De vraag is nu alleen, waarop stel je het doel om op een optimale prestatie uit te komen. Hierbij is taakgerichtheid het kernwoord! De beste gedachte die een sporter kan hebben, is het alleen maar bezig zijn met het uitvoeren van de taak die belangrijk is. De Duitse psycholoog Eberspächer baseerde hier zijn model van aandachtscirkels op. Coachen doen er verstandig aan hun sporters op taken te richten, dus niet: ‘Je moet scoren’, maar:  ‘je moet schieten!’

 

Scoren is immers een onduidelijke instructie, want geeft niet specifiek aan wat je daar voor moet doen. Daarbij is het feit dat je goed schiet belangrijker dan een slecht afgewerkte bal die wel toevallig in het goal terecht komt, omdat goed schieten de kansen op goals in de toekomst verhoogt. Bovendien kan een speler het schot goed afwerken en toch missen: einddoel (ook wel ego-of prestatiegericht) coachen (je moet scoren) zorgt dan voor demotivatie, je doel is niet gehaald. En dat terwijl je misschien wel alles goed deed en je taak dus goed uitvoert. Taakgericht coachen motiveert dan dus meer.

 

 

Kijk hier voor meer informatie over of hulp bij het doelen stellen!

facebook twitter