Home / Artikelen / Emoties / Introverte Davy Pröpper over omgaan met tegenslag en kritiek: ‘Ik was nogal eens bezig met wat mensen van me vonden. Die psychologe leerde me te dúrven’
Introverte Davy Pröpper over omgaan met tegenslag en kritiek: ‘Ik was nogal eens bezig met wat mensen van me vonden. Die psychologe leerde me te dúrven’
16 september 2015

Davy Pröpper (24) speelde twee jaar geleden nog met de gedachte lager te gaan spelen. Hij worstelde zich echter door de harde kritieken en een leven als bankzitter om nu als vaste kracht van PSV weer te genieten van het voetbal.

 

Voetbal International

 

‘Ik ben altijd een rustige jongen geweest, wat teruggetrokken. Vroeger thuis al. Mijn broer Robin hoor je het meest, hij is een extravert type. Die kleine, Mike, is een mix van ons beiden. Ik ben de oudste en hou ervan lekker te luisteren.’

 

Nog altijd is het lastig over zichzelf praten, anderen horen praten over hem. Hij wilde ooit, als jongetje, gewoon heel graag voetballer worden. En de rest, de randzaken, een publiek figuur worden… ‘Dat is niet het eerste waar je aan denkt als je graag op dat veld staat. Daar heb ik niet voor gekozen.’

 

Hij leeft zijn leven het liefst van binnen, in zijn eigen wereld. Daar waar de wetten van het voetbal weleens voor onrust zorgden. Hij zocht zijn eigen weg en vond die. Tot zijn opluchting. En die van zijn omgeving. ‘Ik heb een periode gedacht dat hij zou stoppen met voetballen’, zegt zijn vriendin. ‘Hij zat zo in de put. Zijn ouders en ik hielden hoop. We wisten dat hij het kon. En dat is ook gebleken, maar hij heeft daarvoor diep moeten gaan. Maar dat is niet wat mensen van buiten meekrijgen. Zij zien alleen de leuke dingen van het voetbal: dat hij bij PSV speelt. Maar daar is veel aan voorafgegaan.’

 

Stoppen is misschien een groot woord. Maar ik heb met de gedachten gespeeld lager te gaan spelen. Bij een kleinere club in de Eredivisie of Jupiler League’, zegt hij over die tijd. ‘Vitesse, mijn tweede jaar... Ik was achttien en een jongen uit de eigen jeugd, ik stroomde door naar het eerste, speelde goed en er werd me een gouden toekomst voorspeld. Dan denk je: Wow, nu gaan we door naar de top. Je denkt er niet aan dat het ook tegen kan zitten. En dan verandert ineens alles...’ Niet zijn geliefde positie op het middenveld, maar de bank was zijn nieuwe plek. ‘Je weet dat je er een keer naast kunt komen te staan, maar in mijn hoofd kon het niet. Op dat moment kwam ik net kijken, ik had geen ervaring met niet spelen. Vanbinnen speelde zich van alles af. Ik zocht naar een waarom en koppelde dat aan mijn persoon of aan mijn spel. Terwijl de situatie waarin je als team verkeert ook meespeelt in de keuzes van de trainer.’


Het publiek pikte zijn worsteling op en fluitconcerten klonken op de momenten die hij wel binnen de lijnen stond. ‘Dat was niet leuk, nee’, zegt hij zachtjes. ‘Je krijgt de bal aan je voet en je hoort ze fluiten. Dat raakte me erg. Ik probeerde er niet mee te zitten, maar dat lukte niet. Er zijn spelers die hun schouders erover ophalen en doorgaan, dat vind ik knap. Ik kan het niet. Wel leerde ik het los te laten. Maar als ik me eraan overgeef, zal ik het me altijd aantrekken. Ik ben gevoelig, maar ik uit het niet.’

 

Zijn ouders en vriendin zagen het gebeuren, voelden wat het met hun zoon en vriend deed. Onze ouders zijn er altijd, overal. Ze gaan elke wedstrijd mee, dat vind ik fijn, die betrokkenheid. Maar aan tafel gaat het vaak juist ook over andere dingen, over andere wedstrijden die we gezien hebben, andere spelers. Onze eigen prestaties worden niet echt besproken, ook omdat onze ouders ons lekker willen laten voetballen, plezier hebben. Dat is altijd het belangrijkste geweest.’

 

Zijn vriendin drong als eerste tot hem door. ‘Mandy zegt weleens: “Wat is er?”, of: “Gooi het er gewoon uit”. Vaak heeft ze gelijk’, zegt hij lachend. ‘Zij kent me nu zo goed, we zijn vier jaar samen, ze heeft het meteen in de gaten. Daardoor word je je meer bewust van je gedrag. Juist omdat ik met mijn neus op de feiten gedrukt werd en er wel mee om móést leren gaan.’

Voor Pröpper was die periode een eerste tegenslag; de gevoeligheid van zijn persoon en de harde wereld waarin hij werkt gingen even niet hand in hand. ‘Ik trek me terug, terwijl je vaak ziet dat mensen opstaan, een grote mond open-trekken. Zo ben ik niet. Ik doe daar op mijn eigen manier iets mee. Door gewoon mezelf te zijn, er met een afstand en een nuchter oog naar te kunnen kijken. Dat heb ik mezelf inmiddels aangeleerd. En bovendien: je omgeving speelt daarin ook een rol. Als ik thuiskom bij mijn vriendin of in Arnhem bij mijn ouders is ook alles weer gewoon normaal. Iedereen leidt een heel normaal dagelijks leven. Er is geen ruimte of aanleiding om te gaan zweven, we staan allemaal met beide benen op de grond.’

 

Zes jaar profvoetbal was een betere leerschool dan hij ooit had gedacht. Nu had hij het niet willen missen, maar toen moest hij zich eraan zien te onttrekken. ‘Ik was boos, woedend misschien wel. Maar dat zat er onbewust, dat uitte ik niet en ik ben niet de persoon die op de trainer afstapt, Fred Rutten destijds. Toen sprak hij míj aan. Of ik openstond voor gesprekken met een psychologe. Hij voelde dat ik niet lekker in mijn vel zat, dat ik vond dat me onrecht werd aangedaan. Ik wilde zo’n gesprek weleens ervaren, ik was op een punt beland waarop ik voelde dat ik er alleen niet verder mee zou komen.’ Zes gesprekken veranderden alles. ‘Die vrouw heeft me geholpen in mijn verdere leven, niet alleen als voetballer. Ik was nogal eens bezig met wat mensen van me vonden; ik kon geen schijt hebben aan de meningen van anderen. Er zijn altijd mensen die een mening over je hebben, je niet aardig vinden zonder je te kennen. Dat trok ik me aan. Die vrouw leerde me te durven. In het uiten; te praten over mijn gevoel en minder bezig te zijn met wat anderen van me vinden. Alleen dat te weten, veranderde al veel. Ik ging er meer op letten, ermee bezig zijn. Dan kun je het ook veranderen. Het is me altijd bijgebleven.’ Pröpper praat er open over, hij ziet het taboe ervan niet in. ‘Ik hoor vaker dat jongens naar een sportpsycholoog gaan, maar de meesten houden het stil. Dat is prima, dat moet ieder voor zich weten. Van mij mag iedereen het weten. Het heeft mij heel erg geholpen.’

 

Nu zit hij bij een topclub en zijn de ogen meer dan ooit op hem gericht. Hij kan er nu zijn schouders over ophalen. ‘Als je in een moeilijke periode zit, wordt er al gauw gezegd dat je er niets van kunt. Mensen hebben eigenlijk niet in de gaten wat dat met iemand doet. Ik ben maar een mens. En ik was nog erg jong. Je wordt ouder, je maakt het verschillende keren mee en dat maakt je rijper. Wijzer. Natuurlijk wil ik nog weleens weten welk cijfer ik gekregen heb, maar ik wil de onrust buitensluiten. Je moet het ook niet opzoeken. Als je goed speelt, heb je een prachtige techniek, gaat het slecht, ben je ineens nonchalant en werk je niet hard genoeg. Mijn loop schijnt dat uit te stralen. Eerst raakte me dat. Nu laat ik het niet meer toe.’

 

Hij zegt er harder door geworden te zijn, als voetballer. ‘Hopelijk niet als mens. Ik wil niet dat wat mij typeert verliezen. Ik denk dat ik ook wel bewezen heb dat je je ook dan kunt redden in de top.’ Hij haalt zijn eigen gedrag aan dat leidend was in zijn gevoel. ‘Mijn gedachten werden negatief: Klopt het wat ze zeggen?, en: Is het echt zo? Dan ga je ineens anders naar jezelf kijken, twijfelen aan jezelf, je kwaliteiten. Dat is niet de goede manier om eruit te komen. Ik heb me ervoor leren afsluiten; niet wegstoppen, maar loslaten. Het is nog een leerproces. En het scheelt ook dat ik thuis veel warmte krijg, de zachte kant van het leven ervaar. Daar ben ik niet de voetballer, maar Davy. Dat wil ik ook. Ik wil de broer zijn, de zoon en de vriend. Die is meer dan die voetballer van PSV.’

 

De strijd die hij streed en waar hij zijn lessen uit trok, vormen nu de basis op het pad waartoe zijn voeten hem leiden. ‘Ik ben nog altijd wie ik ben, maar wel een stuk wijzer.’

 

Lees ook andere artikelen op MijnVoetbalTalent.nl over omgaan met kritiek:


 

 

 

facebook twitter