Bijna twee jaar geleden trok PSV rasopleider Jelle Goes aan om de totaal niet renderende, maar peperdure academie te reanimeren. De Hilversummer realiseerde alvast een een mentaliteitsverandering op De Herdgang en de eerste oogst nadert inmiddels de A-selectie. Een gesprek over dwaze ouders, de comfortzone en hoe je omgaat met het grootste talent onder-15 ter wereld.

U bent nu bijna twee jaar werkzaam bij PSV. Bent u tevreden?
‘Als ik kijk naar de visie die we hebben ontwikkeld en naar de trainersstaf die er staat, ben ik niet ontevreden. Ons doel is de beste jeugdopleiding van Nederland te worden. We zijn een aardig eindje op weg’.
De bondscoaches van de KNVB weten de weg naar De Herdgang weer te vinden?
‘Ik weet niet of er nu meer spelers van PSV worden geselecteerd voor de nationale jeugdteams dan voorheen. Ik weet wel dat het een maatstaf is. Het is geen doel op zich, maar het is wel een soort van tussentijdse evaluatie. Het leert ons waar we staan ten opzichte van de ontwikkeling van spelers van andere BVO’s. Een garantie voor de toekomst is het niet, maar prettig is het wel’.
Waaruit blijkt nog meer dat het goed gaat met de opleiding van PSV?
‘De wedstrijden, de resultaten in de competitie en de het aantal internationals zijn goede meetmomenten. Uiteindelijk gaat het om de ontwikkeling van het individu. Vorige week mochten vijf toptalenten meetrainen met een gedeelte van de A-selectie. Een van hen was pas veertien! De anderen waren vijftien, zestien en zeventien. Dat deze jongens voor zo’n unieke stage in aanmerking komen, zegt ons dat we ook op het gebied van individuele ontwikkeling goed bezig zijn’.
Een topclub als PSV steekt veel tijd en geld in spelers van wie jullie allang weten dat ze het niet gaan redden. Dat feit zet beleidsbepalers vaak aan het denken.
‘De kwaliteit van de uitstroom (de spelers die afvallen) is hartstikke belangrijk. Wij leiden op voor het Philips Stadion, de lat ligt hier ontzettend hoog. Iedereen moet voldoen aan dezelfde maatstaven. Hoe hoger de eisen, hoe beter ook de spelers zijn die het net niet redden. Zij moeten worden opgepikt door andere BVO’s en niet afzakken naar de amateurs. Dan bestaat namelijk de kans dat je er nog wat aan kunt verdienen’.
Hoe komt het dat talentjes, die eerder bij een topclub zijn afgevallen, via een omweg alsnog de top bereiken?
‘Soms hebben spelers net even een andere prikkel nodig. Anderen beseffen pas op latere leeftijd wat er allemaal bij dit vak komt kijken. Clubs kunnen daar niet altijd op wachten’.
Clubs of jeugdtrainers reageren op dit soort gevallen vaak schouderophalend.’
‘Ik niet. Het verliezen van een talent is altijd zonde. We willen ze allemaal naar dat Philips Stadion brengen, dat is de insteek. Bij PSV richten we ons daarom niet alleen op voetbal, maar ook op lifestyle. Ook buiten het veld moeten ze binnen de door ons gestelde kaders blijven. Bij de ene duurt het drie maanden om ze duidelijk te maken wat er bij een profopleiding komt kijken, bij de andere drie jaar. Het belangrijkste is dat ze leren van fouten en dat ze coachbaar blijven’.
Wat is de moeilijkste leeftijd?
‘De puberteit. Vaak zie je dan gedrag ontstaan dat niet goed is voor het teamproces. Een toptalent heeft regelmatig nieuwe prikkels nodig. Dat is vanuit de psychologie bewezen. Wij zijn dus voortdurend bezig met het zoeken naar en het geven van zulke prikkels. We moeten ze uit de comfortzone halen om ze naar een hoger niveau te brengen. Dat doe je onder andere door ze te laten spelen of trainen in een hogere leeftijdscategorie. Geselecteerd worden voor Oranje is ook zo’n prikkel. Fred Rutten en zijn assistent Erik ten Hag werken graag mee. Waar maak je het mee dat de hoofdtrainer iedere thuiswedstrijd van de A1 op de tribune zit? De samenwerking met de A-selectie is uitstekend. Zij staan volledig achter dit beleid’.
Rutten zei vorige week dat hij zijn twijfels heeft over het opleiden van F-jeugd door een bvo. Snapt u dat?
‘Jazeker, want je praat over een weg van minimaal tien jaar die zo’n speler moet afleggen. Zelf sta ik volledig achter F-jeugd bij een bvo. Je kunt het talent namelijk al op die leeftijd herkennen en ik vind dat wij op sociaal verantwoorde manier met spelertjes van die leeftijd omgaan. Een F-speler van PSV heeft genoeg tijd om met zijn vriendjes te spelen en eet bij zijn ouders aan tafel’.
U hebt ongetwijfeld onderzocht hoeveel als F’je aangenomen spelers het einddoel bereiken?
‘Dat klopt, zover als dat kan. PSV heeft namelijk pas zeven seizoenen F-jeugd en elf seizoenen E-jeugd. Van de zestien spelers in de huidige D1, zijn er veertien als F- als E-speler bij PSV gekomen. Naarmate ze ouder worden, zien we verloop. Bij de C1 zijn het er nog negen, bij de A1 zeven. Er blijft een kern over, dat is positief. Je weet echter ook in de A1 nog niet of ze het gaan halen’.
Toch stoppen jullie op jaarbasis honderdduizenden euro’s in de F- en E-jeugd
‘De belangrijkste reden is dat we niet volledig tevreden zijn over de manier waarop de clubs in de omgeving F en E-jeugd trainen. Wij zijn zo eigenwijs te denken dat we het beter kunnen. Het is zon belangrijke leeftijd, dat moet gewoon goed gebeuren. Daarnaast zijn wij er zeker van dat we die jonge kinderen goed begeleiden, ook buiten het veld. Het begint echter met een heel goede scouting, daar zijn we heel kritisch in’.
Op het moment dat u een spelertje aantrekt, zet u een gezin volledig op z’n kop. Maakt u zuch geen zorgen over hoe ouders met zoiets omgaan?
‘In sommige gevallen zeker en daarom heeft het ook onze aandacht. De beinvloeding van een speler van PSV bestaat uit vier factoren: PSV, de ouders/verzorgers, school en de sociale omgeving. Hij krijgt positieve en negatieve prikkels. De verwachtingen van sommige ouders zijn veel te hoog en daardoor kan het kind geen kind meer zijn’.
Hoe vaak komt dat voor?
‘Bij ongeveer tien procent van de jeugdspelers. Daarom stellen wij ook zulke hoge eisen aan de competenties van onze jeudgtrainers. Zij moeten dat snel signaleren’.
Hoe moeilijk is het om ouders rustig te houden? U geeft ze een PSV-shirt en zij denken dat hun zoon miljonair gaat worden.
‘Op ouderavonden wijzen we ze er nadrukkelijk op dat hun kind ook kind moet blijven. Je moet hem geen Messi of Ronaldo gaan noemen. Praat op verjaardagen niet alleen over het kind dat bij PSV voetbalt. Je legt daarmee veel druk op de ouders van zo’n ventje. Dat gaat niet alleen ten koste van zijn ontwikkeling als mens. Van ons mogen ze falen, van ons mogen ze fouten maken. Als ze er maar van leren. Er zijn kinderen, helaas ook bij PSV, die van hun ouders geen fouten mogen maken. Wij realiseren hier een gezond topsportklimaat, maar het kind is uiteindelijk vaker thuis dan hier’.
Hoe vaak per maand moet u niet geplande oudergesprekken voeren?
‘Er worden er elke maand wel een paar opgevangen door de trainers. Zelf voer ik er gemiddeld twee per maand’.
Dat zijn er tientallen per jaar..
‘Klopt. Het moet, het is noodzakelijk. Topsport zorgt per definitie voor onrust in een gezin. Er moet namelijk gepresteerd worden. De spelers krijgen met teleurstellingen te maken. Wij proberen het niet te groot te maken, dat moet thuis een vervolg krijgen. Een te hoog verwachtingspatroon bij het thuisfront is een probleem. Laatst vertelde een vader in vijf minuten vijf keer dat zijn kind in bepaalde wedstrijden dramatisch had gespeeld. Zo’n man probeer ik duidelijk te maken dat dergelijke opmerkingen verregaande invloed op het kind hebben. Nog liever handelen we preventief, halen we er professionals bij die ouders leren hoe ze met hun topsportende zoon moeten omgaan.
Is het niet vreemd om te beseffen dat u van het merendeel van uw werk de vruchten nooit zelf zult plukken?
‘Acht, ik kan ook genieten van een sportief succes van een ouder werkgever. Estland, waar ik zeven jaar werkte, dat zich kwalificeert voor de play-offs om plaatsing voor het EK; daar ben ik trots op. Ik maak geen deel meer uit van het succes, maar Arno Pijpers en ik hebben het fundament gebouwd, Geweldig toch?
Bij Ajax staan Bergkamp, Roy, Bosman, De Boer, Overmars, Stam en Jongk als jeugdtrainres op het veld. Maakt u dat jaloers?
‘Nee. Het gaat mij om de competenties als trainer en coach. Ze moeten inhoudelijk kunnen bepalen wat er nodig is om een speler beter te maken. Als coach moet hij in staat zijn om spelers begeleiden, als voetballer en als mens. Je hoeft niet perse een oud-topspeler te zij om deze vaardigheden te bezitten.
Daar denkt Johan Cruijff anders over.
‘Ieder zijn mening. Wij hebben een goede mix. We hebben jongens die geen achtergrond als prof hebben, maar met Raymond Libregts, Edwij de Wijs, Chris van der Weerden Twan Scheeper sen Kristof Aelbrecht hebben wij ook enkele oud-profs in de trainersstaf. Een trainer moet niet alleen verstand hebben van voetbal, hij moet ook didactisch en pedagogisch sterk zijn. Daar ontkom je niet aan’.
Het seizoen is tweeënhalve maand oud en de nieuwe A1-coach Raymond Libregts heeft al twee spelers geschorst. Een derde pupil, Ousmane Tannane, is definitief weggestuurd. Wat zegt dat?
‘Libregts is heel consequent. Er zijn kaders waarbinnen iedereen moet bewegen. Op het veld, maar ook daarbuiten. Bij het begin van dit seizoen hebben we als Herdgang team onze normen en waarden richting de ouders en spelers gecommuniceerd. Als we op school of hier afwijkend gedrag constateren, gaan we daarmee aan de slag. Op het moment dat dit geen resultaat oplevert, maken we een gedragskaart aan. Daarop houden we bij wat iemand doet en geven we aan wat de consequenties zijn als hij de fout ingaat. De ergste straf is dat iemand zijn LOOT-status kwijtraakt. Dat wil zeggen dat je niet meer op topsoort gericht onderwijs mag volgen. Dan ga je dus naar de reguliere lessen, mis je trainingen en speel je op zaterdag niet. Op dit moment zijn er twee spelers hun LOOT-status kwijt. Het klinkt streng, maar het kan niet zo zijn dat een speler er buiten de slagboom een potje van maakt en wij doen of er niets aan de hand is’.
En als het gaat om een uitzonderlijk talent?
‘Dezelfde wetten. Een individu kan zich niet ontwikkelen zonder het team. Wij willen ook trots zijn op de mens achter het talent. De zeer getalenteerde, maar mentaal wankele spelers hebben we allang in kaart. Die pakken we preventief aan. Onder andere met hulp van de Talentenacademie, een extern bedrijf dat steun biedt bij noodzakelijke gedragsverandering.
Het is verboden om spelers jonger dan zestien jaar te banderen. Zowel voor clubs als voor makelaars. Hoe gaat u hiermee om?
‘Ik stap op ze af en stel me voor. Sommigen schrikken. Maar ik beschouw het als een groot compliment voor de opleiding, al die scouts langs de lijn’.
U doet er zelf aan mee door talenten bij andere bvo’s te scouten.
‘Precies. Wij willen een topopleiding zijn en dan moet je de beste spelers naar Eindhoven halen. Dit is gewoon de marktwerking. Wij halen spelers weg bij andere clubs, onder spelers zijn, als ze het goed doen, interessant voor grotere clubs uit het buitenland. De speler moet zich vervolgens afvragen of het goed is voor zijn ontwikkeling. Wij doen er alles aan om de besten voor PSV te behouden’.
Hoeveel spelers hebben in uw ogen de juiste sportieve keuze gemaakt door vroeg naar het buitenland te gaan?
“Wie speelt er in de basis bij de club die hem aantrok?’
Geen enkele. Maar Bruma speelt nu wel bij HSV en heeft al in Oranje gestaan.
‘Nou, dat is er eentje dan’.
Wijst u daar ouders van gewilde PSV-spelertjes op?
‘Nee, want dan handel ik uit zwakte. Ik heb liever dat ze het zelf zien, vaak heb ik het gevoel dat ze dat doen. En we besteden extra aandacht aan de ouders van onze toptalenten. Ook dat hoort bij topsport. We laten ze indien dat wij hier ook goed werk leveren. Dat doen we namelijk’.