Home / Artikelen / Overig / ‘Met een verantwoord beleid en duidelijke visie is een kleine portemonnee niet per se een handicap’: de ingrediënten van het goede beleid van Excelsior
‘Met een verantwoord beleid en duidelijke visie is een kleine portemonnee niet per se een handicap’: de ingrediënten van het goede beleid van Excelsior
07 april 2015

Wat is het geheim van Excelsior? Hoe is het mogelijk dat Excelsior er steeds weer in slaagt het optimale uit (elders afgedankte) spelers te halen? Algemeen directeur Ferry de Haan kent de verhalen over het fijne, ongedwongen klimaat en de beperkte druk, waardoor presteren wat makkelijker is dan elders. Al is dat slechts een deel van het verhaal.

 

 

‘Natuurlijk is die huis-kamersfeer zonder meer een wapen van ons, maar het is te makkelijk om dat steeds als reden aan te voeren wanneer we het goed doen. Het is echt niet zo dat we hier de andere kant opkijken als spelers maar een beetje aanklooien. Ook wij spelen de komende jaren het liefst in de Eredivisie. En dat kan, zelfs met Excelsior.

 

De Kralingers hebben er een handje van om overal de juiste versterkingen op te duiken. Niet langer meer uit de aanbiedingenfolder van Feyenoord, zoals voorheen. Nee, door zélf boodschappen te doen.

 

André Hoekstra is sinds 1999 assistent-trainer bij Excelsior en heeft de club in die periode grofweg drie keer een gedaantewisseling zien ondergaan. Eind jaren negentig van een zelfstandige club naar een filiaal van Feyenoord, waarna de Kralingers zich de laatste jaren juist weer losweekten uit de armen van de grote broer. ‘Dat laatste maakt het huidige succes mooier en waarschijnlijk ook structureler dan voorgaande successen’, denkt Hoekstra. ‘Van volledig afhankelijk naar geheel onafhankelijk is een enorme stap. Maar die heeft uitstekend uitgepakt. In het verleden moesten we een hele zomer wachten op die ene spits van Feyenoord die misschien zou komen. Dat had zijn voordelen, want dat was regelmatig een jongen met bovengemiddelde kwaliteiten. Als-ie kwam. Nadeel was wel dat we pas laat konden bouwen, laat naar een systeem konden toewerken. Nu hebben we zo’n jongen voor de zomer al vastgelegd. In plaats van reactief, zijn we proactief. En dat betaalt zich uit. Want je kunt niet meer zeggen dat het toeval is dat vrijwel alle spelers die we halen slagen. We investeren in ze, hebben geduld met ze en bieden hen een podium. Het is, kortom, beleid.’

 

Over dat beleid doen ze bij Excelsior niet heel ingewikkeld. Nadat de club twee keer aan een faillissement ontsnapte, wordt er tegenwoordig geen cent meer uitgegeven dan er is. Daarbij handelt De Haan slim. Neem het aantrekken van Lars Veldwijk, de spits die Excelsior afgelopen seizoen naar de Eredivisie schoot. De Haan zag hem al spelen bij de FC Utrecht-beloften en raakte, in tegenstelling tot de technische staf in Galgenwaard, enthousiast. Voor niets nam hij Veldwijk over. En verkocht hem één seizoen later voor zes ton aan Nottingham Forest.

 

Neem ook doelman Alessandro Damen, nu een openbaring onder de Rotterdamse lat, maar vorig seizoen nog spelend bij VV De Meern in de Eerste Klasse. Of Tom van Weert. De spits op wie afgelopen zomer geen enkele club zat te wachten vanwege de naweeën van een zware knieblessure in zijn FC Den Bosch-periode. Hij scoort er nu lustig op los in het shirt van Excelsior. Om nog maar te zwijgen over Luigi Bruins. Overal geweest, maar nergens thuis. Behalve dan op Woudestein.

 

Goed scouten vormt dus een belangrijkste pijler. De Haan, commercieel directeur Wouter Gudde, Dijkhuizen, Hoekstra; ze bezoeken bij elkaar ten minste zeven duels per week. Hoekstra: ‘Dat doen meer clubs, ongetwijfeld. Maar de kunst is spelers te vinden die net niet in de picture staan, net niet in vorm zijn of zich terugvechten na een blessure. Dát is scouten. Het is makkelijk om nu te zeggen dat Memphis Depay een topper is. Veel moeilijker is het om Jordan Botaka te ontdekken, die het nog nergens heeft laten zien. Of Daryl van Mieghem, spelend in de marge bij Telstar. En wie geloofde nog in Adil Auassar? Wij hebben een neusje voor vraagtekens. Want dat is ons lot, genoegen moeten nemen met vraagtekens. Spelers moeten een krasje of een smetje hebben, anders kiezen ze echt niet voor Excelsior.’

 

Excelsior is de rommelmarktbezoeker die uit de vracht oude spullen net dat ene kostbare vaasje opvist. Jeff Stans bijvoorbeeld, de technisch begaafde middenvelder. Voetballend viel de Vlaardinger nooit zo op in de drie jaar dat hij bij RKC Waalwijk speelde. Of beter: toekeek. Veel vaker ging het over zijn bijbaan als sportinstructeur in gevangenis De Schie, waar hij in Willem Holleeder zijn belangrijkste leerling kende. Moe werd Stans, van al die vragen. De Stans van nu staat voor de camera’s om over zichzelf te vertellen. Zoals na zijn wondergoal tegen Heracles (3-1), toen hij een lange bal vanaf de linkerkant ogenschijnlijk moeiteloos doodmaakte en vervolgens achteloos binnenschoot.

 

Van een heel andere orde is Daan Bovenberg, de rechtsback. Voorafgaand aan dit seizoen was hij vastbesloten: hij zou stoppen met voetbal. Klaar was hij met alle perikelen bij FC Utrecht en bij NEC. In Nijmegen werd hij zelfs uitgejouwd door zijn eigen fans. Dijkhuizen haalde hem over om het toch nog een jaartje te proberen. Prompt vertoont hij onder de coach nu weer trekken van De witte tornado uit zijn eerdere periode bij Excelsior. Hoe kan dat? Bovenberg: ‘Je ontkomt er natuurlijk niet aan om de sfeer te noemen. Is écht bepalend. Voetballen bij Excelsior is gewoon leuk. Geen gezeik, geen gedoe. En, ook belangrijk, met jongens die allemaal gebrand zijn om het te laten zien. De een uit revanche omdat hij het elders niet gered heeft, de ander om te bewijzen dat hij het niveau wel degelijk aankan en in mijn geval, om het plezier terug te vinden. Iedereen bij Excelsior heeft een positieve drive.’

 

Al wordt die positieve drive, volgens Hoekstra, ook gestuurd. Zo moeten de spelers elke dag verplicht om half tien in het spelershome moeten zijn in het kader van die teambuilding. Of ze dan een krantje lezen of een potje kaarten met elkaar, mogen ze zelf weten. Hoekstra: ‘Bij veel andere clubs in de Eredivisie is het: jij of ik. Daar is niet iedereen tegen bestand. Bij Excelsior doen we het samen. Samenwerken bevordert niet alleen de prestaties, ook het plezier. Het zegt veel dat vrijwel elke speler die hier gespeeld heeft, graag terugkomt. Gewoon omdat het goed voelt. Thuis gebeuren de mooie en lelijke dingen. Excelsior is thuis.’

 

Nog een kenmerk van het beleid: De Haan regeert vooruit. Tekenend is het dat van de huidige selectiespelers slechts drie contracten aflopen, van Sander Fischer, Khalid Karami en Daan Bovenberg. Daarbij is De Haan vooral realistisch. Hij weet dat hij met een spelersbudget van een miljoen niet structureel in de Eredivisie zal spelen, alleen ziet hij dat niet als belemmering. Simpelweg omdat de Kralingers berusten in de rol die Excelsior vervult in het betaalde voetbal: een subtopper in de Jupiler League of een plek onderin de Eredivisie.

 

Wat wel veranderd is onder De Haan, is de visie, ook weer als gevolg van het breken met Feyenoord. Wie naar het elftal kijkt van trainer Marinus Dijkhuizen, ziet minder uitschieters. Zoals Jordy Clasie dat in het verleden was, of Salomon Kalou. Of David Connolly, de Ierse spits die in zijn eentje meer verdiende dan de gehele spelersbegroting maal twee. Het Excelsior van nu is meer een gelijkmatige eenheid. En, niet te vergeten, een stuk volwassener. Was de ploeg in het verleden vaak het groentje met alle beginnersfouten van dien, nu heeft Dijkhuizen gemiddeld de oudste basis-elf van de Eredivisie. En, ook dat is opvallend, er zijn slechts twee huurlingen (Bas Kuipers van Ajax en Ninos Gouriye van ADO Den Haag).

 

 

facebook twitter